De energietransitie brengt grote uitdagingen met zich mee voor stedelijke ruimtelijke ontwikkeling. Steden zoals Amsterdam, waar ruimte schaars is en concurrerende claims op landgebruik toenemen, staan voor complexe keuzes. Hoe kunnen gemeenten, netbeheerders en ontwikkelaars ruimte vinden voor essentiële energie-infrastructuur, zoals middenspannings-ruimtes, zonder de doelstellingen voor woningbouw en leefbaarheid in gevaar te brengen? Ons recent gepubliceerde onderzoek, uitgevoerd met behulp van de planningsdriehoek, biedt waardevolle inzichten.

Ruimtelijke Spanning: Energie versus Verdichting
In Amsterdam zijn tegen 2050 maar liefst meer dan 20 nieuwe onderstations en 1.500 middenspanningsruimtes nodig om te voldoen aan de stijgende vraag naar elektriciteit. Tegelijkertijd zijn er plannen voor de bouw van 150.000 nieuwe woningen en de overgang naar een klimaatneutrale stad. Deze doelen creëren spanningen tussen energie-infrastructuur en andere stedelijke functies, zoals woningbouw, groenvoorzieningen en mobiliteit.

Het onderzoek toont aan dat deze conflicten ontstaan door drie kernproblemen:

  1. Normatieve conflicten: Gemeentelijke planologen en stedenbouwers streven naar leefbare, duurzame stedelijke ontwikkeling, terwijl netbeheerders prioriteit geven aan technische betrouwbaarheid.
  2. Fragmentatie in governance: Energieplanning is vaak reactief en vindt geïsoleerd plaats van andere stedelijke planningsprocessen.
  3. Onzekerheid: Onvolledige gegevens over ondergrondse infrastructuur, fluctuerende beleidskaders en veranderende energievraag bemoeilijken langetermijnplanning.

Amsterdam als casestudy
Amsterdam laat zien hoe deze spanningen in de praktijk worden ervaren. Een opvallend voorbeeld is de strijd om ruimte voor middenspanningsruimtes in bestaande stadswijken, waar hoge vastgoedprijzen en beperkte ruimte de mogelijkheden beperken. Netbeheerders worden vaak te laat betrokken bij stedelijke projecten, waardoor kostbare aanpassingen en vertragingen ontstaan.

Bovendien leidt de fragmentatie tussen nationale en lokale regelgeving tot extra uitdagingen. Bijvoorbeeld, de terugtrekking van strengere lokale energieprestatienormen door de nationale overheid ondermijnt de klimaatdoelstellingen van Amsterdam en bemoeilijkt de samenwerking tussen belanghebbenden.

Oplossingen: de weg vooruit
In het onderzoek doe ik enkele concrete aanbevelingen om de spanningen tussen stedelijke verdichting en energietransitie te verminderen:

  1. Voorkeursrecht: Gemeenten moeten samen met netbeheerders grond reserveren voor energie-infrastructuur voordat stedelijke ontwikkelingen beginnen.
  2. Vroege samenwerking: Netbeheerders moeten in de vroegste fasen van stedelijke planning worden betrokken om later inpassingsconflicten te voorkomen.
  3. Regelgeving en adaptieve planning: De Omgevingswet biedt kansen om energieprestatienormen te versterken, mits deze goed worden afgestemd op lokale behoeften.
  4. Participatieve governance: Het vroegtijdig betrekken van bewoners en andere belanghebbenden en duidelijkheid geven over hun rol kan weerstand verminderen en projecten versnellen.

Lessen voor de Toekomst
Amsterdam illustreert dat de integratie van energie-infrastructuur in stedelijke verdichting niet alleen een technisch probleem is, maar vooral een bestuurlijke en sociale uitdaging. Door de planningsdriehoek te gebruiken als raamwerk voor analyse, kunnen planners beter inzicht krijgen in de onderlinge afhankelijkheden tussen objecten (infrastructuur), processen (stakeholdersamenwerking) en context (regelgeving en politieke kaders).

Deze inzichten zijn niet alleen relevant voor Amsterdam, maar ook voor andere Europese steden die worstelen met soortgelijke uitdagingen. Het succes van de energietransitie hangt af van integrale planning, lange-termijn samenwerking en innovatief denken om ruimtelijke conflicten te overwinnen.

Conclusie
De energietransitie vraagt om een nieuwe benadering van stedelijke planning waarin ruimte wordt gecreëerd voor zowel duurzame infrastructuur als stedelijke groei. Amsterdam kan daarbij als voorbeeld dienen door haar inzet op innovatieve oplossingen en adaptieve planning. Vroegtijdige samenwerking tussen alle belanghebbenden is essentieel om de doelen van de energietransitie en verdichting in balans te brengen en steden klaar te maken voor een duurzame toekomst.

Plaats een reactie

Trending